Navigation Menu+

Ruimte om te boeren.

REPORTAGE: De tijd

‘Als het zo doorgaat, zijn er over tien jaar geen boeren meer’

FLOOR EELBODE om 04:10 op 32 augustus 2019

De Vlaamse landbouwgrond is in een ijltempo aan het ‘verpaarden’, leerde een opmerkelijke studie deze week. Achter de cijfers schuilt een triest verhaal. De Vlaamse luxefermette met een stoeterij knijpt de landbouw langzaam dood.

De laarzen staan nog in een rij aan de voordeur, maar het huis en de varkensstallen van Jef (75) zijn leeg. Twee jaar geleden zaten hier 1.000 zeugen, die elk twee tot drie keer per jaar een nest biggen kregen. Nu staat de Oost-Vlaamse fokkerij te koop: Jefs zoon zag geen toekomst in de varkensstiel. 1,5 hectare, een woonhuis, stallen, een hangar en silo’s voor voedsel: dit is een stevig landbouwbedrijf.

Zoals Jef zijn er elk jaar zo’n 1.000 boeren. Ze verkopen hun boerderij omdat ze geen opvolger vinden of omdat het financieel niet houdbaar is. ‘Er zijn veel stoppers. Dat is de sector. De prijs was jaren niet goed en de regels worden steeds strenger. Veel winst valt er niet meer te halen.’

De voorbije 20 jaar stopten zo’n 20.000 boerderijen – de helft van het totaal – en daar komen er de komende jaren nog een pak bij, verwacht het Instituut voor Landbouw, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). De landbouwbevolking veroudert – de gemiddelde leeftijd is 52 jaar – en een groot aantal van hen zal binnen tien jaar zijn bedrijf verkopen. Daar zitten ook steeds meer grote hoeves bij.Je kan het een oude boer niet kwalijk nemen dat hij zijn boerderij aan de hoogste bieder verkoopt, maar zo worden jonge boeren wel weggeconcurreerd.

Het ILVO wou weten wat met die vrijgekomen boerderijen gebeurt. Onderzoekers voerden in een paar landelijke gemeentes in Oost-Vlaanderen steekproeven uit en publiceerden deze week de resultaten. Die schetsen een treurig beeld van de toekomst van de landbouw in Vlaanderen: landbouwers worden steeds meer weggeconcurreerd door andere spelers. Maar een op de tien verkochte hoeves behoudt een agrarische functie. Volgens het ILVO bevestigen de cijfers een trend die in heel Vlaanderen speelt.

Sommige hoeves, zoals die van Jef, raken moeilijk verkocht. Wie geen varkensstallen zoekt, is er weinig mee en de boel platgooien kost te veel. Een slooppremie zoals in Nederland blijft voorlopig uit. ‘We zien persoonlijke drama’s. Die mensen hebben hun hele leven gewerkt en kunnen dat nu niet verzilveren’, zegt Anna Verhoeve, onderzoekster bij het ILVO. ‘Je krijgt ook een soort kankerplekken op het platteland, boerderijen die leegstaan en steeds meer verkrotten. Wat met die plekken gebeurt, is een van de grote uitdagingen van de komende jaren.’O

Van de boerderijen die wel een koper vinden, gaat ongeveer 20 procent naar een niet-landbouwbedrijf, zoals grondwerkers, transportfirma’s, hout- of metaalbewerkers of welnessboerderijen. Die bedrijven opereren er illegaal, omdat ze geen enkele link met de landbouw hebben en er wettelijk dus niet mogen zijn. Zolang ze niet te veel hinder veroorzaken, knijpen lokale besturen een oogje dicht.

Bokrijkgedachte

Het gros van de vrijgekomen boerderijen (40%) gaat echter naar particulieren, die ze ombouwen tot een villa, vaak met een grote tuin en grond voor paarden. De residentialisering en verpaarding van het platteland, heet dat dan. ‘De regels voor zonevreemd bouwen zijn de voorbije jaren systematisch versoepeld’, zegt Verhoeve. ‘Dat gaf een boost aan het luxueus wonen op het platteland.’

‘Je kan die mensen natuurlijk niet verwijten dat ze daar komen wonen, maar voor de landbouw is dat slecht nieuws. De tuinen en paardenweides nemen steeds een hapje uit de beschikbare landbouwgrond. Al die hapjes samen vertegenwoordigen zo’n 15 procent van de ruimte die voor landbouw voorbehouden is, met in sommige gemeenten uitschieters tot 42 procent.’

En dat is niet het enige spanningsveld. De rust die de nieuwe bewoners zoeken, botst al eens op de realiteit van het platteland, waar de akkers bemest en bewerkt moeten worden. Steeds vaker trekken de boeren aan het kortste eind. ‘Een boer mag niet meer rieken’, zegt Jef. ‘Ik heb het zelf aan de stok gehad met zo’n paardenman. Ik wou een nieuw boerenbedrijf beginnen, maar hij heeft een actie in gang gezet en had de burgemeester mee. Ik heb mijn vergunning niet gekregen.’

De nieuwe kopers en de bedrijven die verder blijven boeren, zitten vaak niet op dezelfde golflengte, beaamt Verhoeve. ‘De nieuwe bewoners zijn vanuit een soort Bokrijkgedachte op zoek naar een idyllisch platteland. Die schrikken als ze zien hoe groot en hoog een tractor is. Zij hebben er eentje van Playmobil in gedachten.’

De toenemende vraag naar oude hoeves duwt de prijzen van de gebouwen en gronden steeds meer de hoogte in, tot ze voor jonge en beginnende boeren onbetaalbaar worden. ‘Je kan het een oude boer niet kwalijk nemen dat hij zijn boerderij aan de hoogste bieder verkoopt. Maar dat heeft wel negatieve gevolgen voor de landbouw op lange termijn. Jonge boeren worden gewoon weggeconcurreerd’, zegt Verhoeve.

Waalse uitweg

Ook speculatie speelt een rol. Een deel van de landbouwbedrijven en -gronden is in handen van projectontwikkelaars of industriële spelers die niets met landbouw te maken hebben. Zij beschouwen ze als een goede investering en bezitten soms meer dan 3.000 hectare. Ook voedselverwerkende bedrijven kopen gronden op, om zo de hele keten te controleren. Door die tendensen steeg de prijs voor een hectare landbouwgrond tot soms 100.000 euro. Voor een boer mag dat maximaal 45.000 euro zijn, wil hij er nog iets aan verdienen.

‘Als het zo doorgaat, zijn er over tien jaar geen landbouwers meer’, waarschuwt Verhoeve. ‘Ze kunnen daar niet tegenop. Al mijn onderzoeksresultaten wijzen in dezelfde richting. Zelfs als er hogere prijzen voor landbouwproducten komen, zit je met een verhitte vastgoedmarkt. Veel voormalige boerderijen en gronden komen nooit meer opnieuw in het landbouwproductiesysteem terecht. Er moet een bijsturing komen, anders wordt de landbouw er helemaal tussenuit geknepen.’

Voor jonge landbouwers zit er soms niets anders op dan elders heen te trekken, waar de prijzen lager liggen. Jelle, een jonge bioboer, kocht een boerderij in Henegouwen. ‘We hebben twee jaar in Vlaanderen gezocht, maar in Rumes waren de prijzen de helft lager. Volgende week krijgen we een Vlaams boerenkoppel op bezoek dat eens wil kijken wat de mogelijkheden zijn.’

Boeren die al een financieel gezond bedrijf hebben, hebben een extra uitweg. Zij mogen hun activiteiten uitbreiden in de open ruimte en bijvoorbeeld een nieuwbouw zetten op een akker. Vaak kost dat minder dan te investeren in een bestaande hoeve, ontdekte Bavo Verwimp van de bioboerderij De Kijfelaar, die een 500 jaar oude familieboerderij wou renoveren. Uit respect voor de open ruimte koos hij uiteindelijk voor een verbouwing, maar de obstakels waren talrijk, zeker financieel. ‘Zolang voedsel zo goedkoop blijft, moeten boeren met een overlevingsinkomen rondkomen. Dan is een renovatie enorm duur. De rekening is snel gemaakt. Ik verdien 10 euro per uur, maar ik moet een loodgieter 50 tot 60 euro per uur betalen.’

Al die elementen samen – leegstaande boerderijen, bedrijven en particulieren die landbouwbedrijven opkopen en jonge landbouwers die een nieuwbouw zetten – hebben een negatief effect op de open ruimte, waarschuwt Verhoeve. ‘Je krijgt een verdere verstedelijking, een verdere betonnering en een verdere verharding van het platteland. De overheid zou beter helpen de bestaande hoeves te hergebruiken.’

De situatie is ook spijtig voor onze Vlaamse landbouwgrond, zucht Jef. Die is een van de vruchtbaarste van Europa. In Nederland komen Chinezen stukken grond opkopen om er hun voedsel op te produceren. De omstandigheden zijn hier perfect: als je meer naar het noorden gaat, is er te weinig licht en in het zuiden is er te weinig water. ‘Zelfs aan de kust is het al helemaal anders. Als je daar een stuk van vijf frank op de grond laat vallen, valt het een halve meter diep.’